Gezondheid

Van ‘overheid’ naar zelfbestuur

Als er iets compleet uit de hand gelopen is, dan is het wel de omvang en de structuur van het landsbestuur: de politiek en het ambtelijke apparaat (kortweg ‘de overheid’).
Met een budget van 25% van de nationale begroting (ruim 80 miljard van de ca. 330 in 2020) is dit een immens waterhoofd geworden, dat niet alleen geldverslindend is maar ook totaal ineffectief en corrupt. Ze stapelen fout op fout, meten met verschillende maten, komen om in de wetten en regels die nagenoeg allemaal bedoeld zijn om de vrijheid van de burgers te beknotten (overal vergunning voor nodig) en uit te buiten (leges, boetes, belastingen, heffingen).

De overheid is dan ook geen apparaat meer dat ten dienste staat van het volk, maar van de multinationals, andere overheden en ‘zichzelf’.

Binnen de Nesara-gedachte is er –gelukkig en eindelijk- sprake van zoveel mogelijk zelfbestuur: het weer overdragen van de macht/het bestuur aan een zo laag mogelijk niveau (zijnde het volk zelf), ervan uitgaande dat elke ‘community’ het beste zelf weet wat goed voor hun is.

De gemeenten hebben nu totaal 150.000 ambtenaren. Delen we dit gemakshalve op 17.000.000 inwoners, dan is dat 0,008 per inwoner (oftewel 8 per 1.000).

Dicht bij de mensen

Belangrijk is het om bestuurders dicht bij de mensen te hebben, in eigen woonomgeving. Als rekenvoorbeeld neem ik dan een dorp of wijk van ca. 3.000 mensen, want zo’n gemeenschap is dan net groot genoeg om alle voorzieningen een kans te geven.

Een dorp of wijk met 3.000 inwoners beschikt nu theoretisch/gemiddeld over ruim 24 ambtenaren op gemeentelijk niveau (exclusief alle provinciale/rijksoverheidsdienaren die toeleveren op de gemeente!). Als we gemakshalve uitgaan van –grofweg- 1 bestuursfunctionaris per 1.000 inwoners, dan is dat een prima aantal. Deze ‘driekoppige bemanning’ zal dan moeten worden gekozen door het volk zelf, in een soort referendum. Niet zozeer op basis van een persoonlijke ambitie of toevallige beschikbaarheid, maar vooral op basis van betrokkenheid, menselijkheid en GESCHIKTHEID (wijsheid en integriteit).

Kijken we naar de politie, dan zien we dat er landelijk zo’n 64.000 agenten zijn. Dit is 0,003 per inwoner. Dit betekent dat elke gemeente/wijk met zo’n 3.000 inwoners nu ongeveer 1 dorps/wijkagent zou hebben. Om te beginnen zou deze dus ook inderdaad aan de wijk kunnen worden toegewezen, zonder uitbreiding of zonder vermindering (de tijd zal uitwijzen wat er aan agenten op lokaal niveau mogelijk is als de maatschappij verandert).

Met andere woorden: iedereen zijn eigen Swiebertje, ‘burgemeester’ en Bromsnor en het zelfbestuur is een feit.

Geen hiërarchie, geen concurrentie, geen egotripperij

In de nieuwe tijd zullen bestuurders geen hiërarchie (gelaagdheid) meer kennen. Geen toplagen die alles -via een reeks bureaucratische tussenstations- voor de bevolking bepalen. Moet er een provinciale weg komen? Dan praten de betreffende bestuurders van elk aanliggend dorp met elkaar, om daar gewoon in alle redelijkheid uit te komen. En moet er meer woningbouw komen? Dan is het kleinste dorp het eerst aangewezen om te  maken dat zo’n gehucht uit kan groeien naar een dorp met eigen voorzieningen in de dagelijkse behoefte.

Dat wil ook zeggen dat elke vorm van ‘concurrentie denken’ in het verleden thuishoort! Géén machtsstrijd, géén egotripperij, alleen maar het dienen van het gezamenlijke lokale/regionale belang.

Sociocratie in plaats van democratie

In een democratie kan 51% bepalen wat er gebeurt, terwijl 49% het nakijken heeft. Dat moet over zijn. Want het is de bedoeling dat de belangen van IEDEREEN gediend worden. De invoering van het sociocratisch principe, waarbinnen iedereen in dialoog tot overeenstemming komt met elkaar (en dat kan de gulden middenweg zijn), is dan ook zeker gewenst. Dit wil zeggen dat mensen met overwegende bezwaren serieus worden genomen en er overlegd wordt TOTDAT iedereen met de gekozen oplossing kan instemmen.

Binnen een sociocratische houding past géén puur eigenbelang. Elke stem ‘tegen iets’ zal moeten worden onderbouwd met argumenten die andere mensen ook aangaan. Iets niet willen omdat jij het persoonlijk niet nodig of onzin vindt, is niet genoeg. Kom met argumenten die hout snijden (eventuele problemen die erdoor voor allerlei mensen kunnen ontstaan) en zoek dan gezamenlijk naar een oplossing die de mogelijke problemen ondervangen.

Het vraagt wat meer overleg, maar het leidt altijd tot een toename van de tevredenheid en harmonie op lokaal niveau.

Landelijke politiek

Dat er ook nog een aantal landelijke bestuurders nodig zijn, spreekt vanzelf. Want die moeten immers ook zorgen voor de afstemming met de ons omringende landen/de wereld. Maar ook op dit niveau is de schatting dat we met 10% toekunnen ten opzichte van nu. Dat betekent dat onze Tweede Kamer vooral leeg zal zijn. Niet omdat de parlementariërs geen zin hebben om te komen (zoals nu vaak het geval is) maar omdat ze met zinnige dingen bezig zijn, in de maatschappij.

Waar we nu staan

 

 

 

Gezondheid

Lokale voedselproductie: winst voor iedereen

Boeren denk na!

Inhakend op de frustraties over de grondonteigening van boeren en de vaak waardeloze fabrieksvoeding die ons wordt aangeboden (inclusief insecten), wil ik pleiten voor de weg naar een lokale productie van voeding.

In grote lijnen gaat hier om een essentiële herverdeling in de landbouw en veeteelt met als doel net genoeg vlees, groente en fruit te produceren om in de behoefte van de lokale bevolking te voorzien. Het is niet moeilijk om een globale inschatting te maken van de hoeveelheid vlees, groente en fruit die de gemiddelde mens gebruikt, en daar het aantal boeren op af te stemmen.

Dit betekent dat het overschot aan veeboeren met een gerust hart kan omschakelen naar landbouwer. Het vraagt weliswaar enige tijd om de grond geschikt te maken, het juiste zaaigoed te verkrijgen en zo natuurlijk mogelijk (biologisch) te gaan werken zonder pesticiden, maar dat is alles wat er voor nodig is. En als er dan veeteelt bedrijven zijn die daar niet voor voelen: dan kan die grond gebruikt worden voor het herstel of de uitbreiding van het regionale landschap.

Leefbaarheid in alle opzichten vergroten

Elke schaalverkleining brengt meer diversiteit en bedrijvigheid met zich mee. En dientengevolge ook meer sfeer en gezelligheid. Samen werken, voor iedereen samen. Dat is uitermate bevorderlijk voor de sociale samenhang en leefbaarheid in dorp of buurt.

De benodigde extra werkkracht die kleinschaligheid vraagt, zal zeker beschikbaar komen. Want in de nieuwe tijd zullen er veel ‘hoog opgeleiden’ hun zinloze baan verliezen en op de (nieuwe) arbeidsmarkt komen. Daarmee zal er ook een herwaardering plaatsvinden van het vak- en handwerk (met een beter uurloon), zodat veel mensen gestimuleerd zullen worden om ‘in de natuur’ te gaan werken voor de lokale gemeenschap.

Economische winst

Momenteel is een enorm prijsverschil tussen dat wat de producent krijgt voor het product en dat wat de consument betaalt. Het meeste geld blijft ‘hangen’ in de wereldwijde transport- en distributieketen (met alle negatieve omgevingseffecten van dien). Als die onzinnige post er tussenuit gehaald wordt, wordt iedereen er beter van. Dan kan de boer zijn inkomen met het grootste gemak verdubbelen en is de consument een stuk goedkoper uit.
Eventuele overproductie van groente (de oogsten kunnen in omvang wisselen door het weer) kan dan gebruikt worden door –eveneens een lokaal/regionaal- conserveringsbedrijfje of als veevoer.

Gezondheidswinst

Eén van de grootste (bedoelde) nadelen van Big Food is dat elke fabrieksvoeding nauwelijks voedingswaarde heeft en vol zit met chemisch/synthetische stoffen die onze gezondheid ondermijnen. Door het heft in eigen handen te nemen krijgen we hoogwaardig, vers en onbespoten eten (biologisch) waar we allemaal beter van worden. Puur en natuurlijk zijn de begrippen die onze toekomstige maatschappij in alle opzichten zullen kenmerken. Wij zullen dan ook ‘weten wat wij eten’.

Meervoudige milieuwinst

Wat dit voor het milieu betekent, is niet moeilijk te bedenken. De grond zal niet alleen productief gebruikt worden, maar ook de diversiteit in het landschap, de korte aanvoerroutes (reductie van transportlasten) en de recycling van ons eigen productieproces (waaronder het mestgebruik door omliggende kwekers en telers) zullen ervoor zorgen dat we milieu dienend zijn in plaats van milieuverontreinigend. Bovendien is kleinschaligheid per definitie een lust voor het oog en een uitnodiging om meer van onze omgeving te genieten.

Gezelligheidswinst

Meer lokale en zichtbare bedrijvigheid komt elke samenleving ten goede. Het mediterrane platteland kent dit nog op veel plekken. Meer werken op het land, kopen bij de boer, papa-mamawinkels en  boerenmarkten leiden tot een sociale samenhang die we door de mega-supermarkten en ons ‘online bestelgedrag’ niet meer kennen. Maar niets is er gezelliger dan dat.

In de toekomst, waarin we meer vrije tijd zullen hebben (onder andere door de afname van het forensische verkeer, thuiswerken, een hoger inkomen en beter betaalbare goederen) krijgt het lokaal winkelen met dagverse producten en een persoonlijk praatje dan ook zeker kans van slagen.

Terug naar de jaren ’60?

Qua sfeer en inrichting van de samenleving is dit inderdaad terug naar de jaren ’60. En dat is een groot goed. Want niemand anders dan de elite is er beter geworden van de grootschaligheid en de ‘troep’ die ze ons –ongevraagd- als enig alternatief hebben geboden.

Op dus naar Flower Power 2.0. waarin we onze dagelijkse voeding voor een eerlijke prijs op elk moment in eigen buurt kunnen halen.

Van ‘overheid’ naar zelfbestuur

Gezondheid

Compleet nieuwe koers: de “Golden Age of Mankind”

Dat er van alles mankeert aan onze maatschappij is intussen wel duidelijk. Daarom moet het roer niet alleen om, maar moet er een complete nieuwe koers gevaren worden. Het doel om alles tot in de hemel te laten groeien en geld te maken moet voor eens en voor altijd uit ons vizier verdwijnen.

Dit vraagt een volledig omdenken van de mens, wereldwijd. Want elk systeem moet op de schop. Omdat dit er ook aan zit te komen (Nesara/Gesara), geef ik hier alvast een idee waar het om gaat:

  • Van grootschalig naar kleinschalig (kwaliteit in plaats van kwantiteit)
  • Van globaal naar lokaal (productie en handel)
  • Van chemisch/synthetisch naar natuurlijk (voeding/geneeskunde/mode)
  • Van ‘overheid’ (met allerlei lagen) naar zelfbestuur (samen beslissen)
  • Van lange aanvoerlijnen naar lokale markten (weg met de mega-transporten)
  • Van beperkt onderwijs naar compleet onderwijs en praktisch leren (nieuwe schooltypes)
  • Van belastingen naar belastingvrij (financiële ruimte)
  • Van fiat-geld naar goud gedekte valuta in eigen beheer (niet mee te rommelen)
  • Van oppotten naar besteden en genieten (sparen wordt onnodig, reizen eenvoudiger)
  • Van binnen (zitten) naar buiten (recreatie/entertainment)
  • Van beton naar artistiek en groen (verhoging leefbaarheid in dorpen/steden)
  • Van passief naar actief
  • Van ‘alleen’ naar ‘samen’
  • Vrije energie (dus min of meer gratis/geldt ook voor internet)****

Vrijheid, blijheid, broederschap

Het leven heeft nooit tot doel gehad om voortdurend op jacht te zijn naar geld en materie. Dat heeft ‘de elite’ er natuurlijk van gemaakt, om zo hun eigen rijkdom (en macht) zeker te stellen.

In essentie hoort het leven een ‘speelveld’ te zijn van talenten en ontdekkingen, van vrijheid en blijheid, van rust en ruimte. Zo is het bedoeld, zodat ieder mens nieuwe ervaringen kan opdoen en kan groeien in zijn bewustzijn. De sociale omgang met allerlei anderen is daarbij van essentieel belang. Want alleen al door ieders verschillende geaardheid kan de mens meer dingen ontdekken dan wanneer hij in afzondering leeft. Samen leven, samen werken, samen delen, samen feesten en genieten. Dat is wat telt.

Dit betekent ook dat er geen plaats is voor discriminatie, racisme, haat en nijd (oorlogen). Iedereen wordt als gelijkwaardig gezien en krijgt ook gelijke kansen op alle geneugten van het leven. Dan kan de mensheid –eindelijk weer- in harmonie leven en het begrip ‘broederschap’ werkelijk vorm krijgen (broederschap is overigens een belangrijk aspect van het Waterman-tijdperk).

Flower Power 2.0.

Zeker mijn generatie kan zich nog de sfeer van de Flower Power herinneren (jaren 60, grofweg) waarin iedereen lekker deed waar hij zin in had. Geen haast, geen stress. Met als belangrijkste leuze ‘geen oorlog, maar vrede’. Iedereen trok er op uit met een opgepimpt voertuig en zag wel waar hij uit kwam. Plannen maken was iets wat niemand deed, want het was de spontaniteit en de vrijheid waar het om ging. Kleurig, fleurig, allemaal anders (het tegengestelde van de huidige eenheidsworsst). Niemand die zich aan een ander stoorde.
En hun huis? Dat had eenvoudige voorzieningen die prima voldeden. Want mensen waren liever buiten dan binnen.

Op dus naar Flower Power 2.0., het begin van de Golden Age of Mankind. Ga plannen maken voor een toekomst waarin alles mogelijk wordt, zonder welke beperking dan ook.

****
Een introductie in de vrije energie (en meer) in het Nederlands, van een tweetal ingenieuze jonge mannen: https://www.youtube.com/watch?v=BK0PUGhYtpc

Lokale voedselproductie: winst voor iedereen

 

 

Gezondheid

Insecten: ons nieuwe voedsel

Alarm

Terwijl ‘big food’ al decennialang de meest gruwelijke stoffen verwerkt in de verpakte producten (inclusief resten van mensen), gaan ze nu nog een stapje verder. Onder aanvoering -wederom- van het WEF/EU moet de mens overgaan tot het eten van insecten en meelwormen. Deze moeten helpen om onze vleesconsumptie drastisch te verminderen.
Kleine kinderen op school wordt al geleerd wat voor lekker eten ze daarmee kunnen maken (daar begint de hersenspoeling op alle fronten), en volwassenen krijgen ze al stiekem binnen via veel ‘vegaproducten’.

Wees dus op je hoede en ga voortaan nog beter kijken welke ingrediënten ergens in verwerkt zitten. Neem een vergrootglas mee, want ze worden intussen (met reden) bijna onleesbaar vermeld!

Krekels en andere insecten: meest riskant

De huiskrekel -Acheta Domesticus- is officieel als voedingsmiddel goedgekeurd door de EU. Die mag nu gebruikt worden ter bereiding van meergranenbrood en -broodjes, crackers en soepstengels, graanrepen, droge voormengsels voor gebakken producten, koekjes, droge gevulde en niet-gevulde producten op basis van pasta, sauzen, verwerkte aardappelproducten, gerechten op basis van peulvruchten of groenten, pizza’s, producten op basis van pasta, weipoeder, vleesvervangers, soepen en geconcentreerde soepen of soeppoeders, snacks op basis van maïsmeel, bierachtige dranken, chocoladesnoepgoed, noten en oliehoudende zaden, andere snacks dan chips en vleesbereidingen, bestemd voor de algemene bevolking.

Link: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32023R0005&qid=1673994105311&fbclid=IwAR0Yesq7oJkkJyXGMWlT4m2kZlJxIyH2Wbq9dGh6ljAQpX_cQgTU5_2YMn0

In veel producten vindt je deze terug als het woord ‘cricket’ bij de ingrediënten.

Chitine

Insecten bevatten Chitin(e) dat niet door onze darmen kan worden verwerkt. Dat is een polysacharide waar kankercellen graag gebruik van maken en waar schimmels en parasieten dol op zijn. Insecten dragen dan ook tal van parasieten bij zich. Bovendien bevatten insecten ook metamorfische steroiden, vooral ecdysterone. Dat alles is GEEN voedsel voor zoogdieren of mensen! Insecten zijn alleen voor vogels, die daar een geschikt spijsverteringstelsel voor hebben.

Vooral als je ineens te maken hebt met een hevige allergische reactie, moet je aan deze stof denken!

Meelwormen, de larven van een meeltor, worden intussen ook veel gebruikt als eiwitvervanger, of om iets een ‘knapperige’ bite te geven. Ze zitten al in veel koekjes en andere tussendoortjes, en de nieuwe fabriek in Bergen Op Zoom is een gouden toekomst beloofd.

Wil je met dit alles niets te maken hebben, ga dan puur en natuurlijk eten wat geproduceerd is in je eigen omgeving. Want de vergiftiging van de mens via de voeding gaat -als het aan het WEF ligt- nog veel verder door.

Compleet nieuwe koers: de “Golden Age of Mankind”

 

 

Gezondheid

Het roer moet om (2)

Dienstbaar en behulpzaam

Het roer moet ook om op het gebied van dienstbaarheid en behulpzaamheid. Dienstbaar zijn (het belang van anderen dienen, dus je eigen belang even opzij zetten) is iets uit vroegere tijden waar nu nog weinig mensen waarde aan hechten. Iedereen kent wel een voorbeeld hiervan: het nergens terecht kunnen als je even je hart wilt luchten en te horen krijgt “Oh, ik sta net op het punt om weg te gaan”, “Het komt nu even niet uit”, “ik bel je morgen terug om een afspraak te maken”.

Met behulpzaamheid, de bereidheid om anderen te helpen, is het niet veel anders. Wie staat er nog klaar voor iemand die acute hulp nodig heeft? Wie laat de boel de boel om even iemand te helpen die is vast gelopen in iets? En wie helpt iemand uit de brand die moeite heeft met zijn nieuwe telefoon of een paar dubbeltjes tekort komt bij de kassa van een supermarkt?

Altijd calculerend

Veel mensen zijn alleen maar aan het calculeren: welk werk betaalt het beste, hoeveel tijd heb ik over voor leuke dingen, wat kan ik het beste kopen, met wie ga ik uit, waar kan ik mee voor de dag komen en op welke manier haal ik het meeste uit het leven? En als andere mensen tussendoor iets van ze nodig hebben dan ligt een afwijzing voor de hand. Want het eigen belang wint het –ongemerkt en onbewust- van andermans belang.

Dit is ook wat er -min of meer- met de ‘rat-race’ wordt bedoeld, die onofficiële wedstrijd in zichtbare prestaties om ergens bij te horen of ‘flink te scoren’. En weldoen hoort daar niet meer bij, want dat koopt men liever af met een paar centen voor zogenaamd goede doelen.

Gebrek aan spontaniteit en open deuren

Al die volle agenda’s en het gehaast hebben elke spontaniteit uit het leven doen verdwijnen. Alles is berekend en afgewogen, en elke actie past in het robotachtige patroon dat men zichzelf heeft opgelegd. Iedereen, die spontaan iets wil ondernemen met vrienden, loopt vast op volle agenda’s. Zomaar binnenlopen bij iemand kan evenmin. Want de deuren zitten met veiligheidssloten in hun sponning verankerd en de camera bewaakt het dure huis dat zich vooral kenmerkt door leegte.
Pro forma zeggen veel mensen ‘mijn deur staat altijd open’ maar intussen moet je zelfs voor het drinken van een kopje koffie een afspraak maken (!).

Dat brengt me op dit verhaal:

De Vaas en de koffie 

Een professor had tijdens een college filosofie wat attributen bij zich en zette deze op de lessenaar. Zwijgend pakte hij een grote vaas, vervolgens vulde hij deze met golfballen en vroeg toen aan de studenten of de vaas vol was. Ze bevestigden dat deze vol was.

De professor pakte toen een doos met kiezelsteentjes, en leegde deze in de vaas. Hij schudde zachtjes heen en weer, en de kiezels rolden in de open ruimten tussen de golfballen. Weer vroeg hij de studenten of ze het er mee eens waren dat de vaas vol was. Ook nu waren ze het met hem eens. 

Daarna pakte de professor een doos met zand en gooide deze in de vaas. Dit zand vulde de rest van de ruimte in de vaas op. Weer vroeg hij aan de studenten of zij vonden dat de vaas vol was. Ze antwoordden unaniem met ja.

Toen haalde de professor twee kopjes koffie onder de tafel vandaan en schonk deze in de vaas. Nu was de totale ruimte in de vaas effectief benut. Daarna zei de professor “Kijk, dit is het leven”: 

  • De golfballen staan voor de meest belangrijke dingen in je leven zoals gezondheid, familie, vrienden en favoriete bezigheden. Dingen die jouw leven werkelijk vervullen.
  • De kiezels staan voor de andere belangrijke dingen zoals je huis, je auto en zo meer.
  • Het zand staat voor alle minder belangrijke dingen, de zogenaamde ‘bijzaken’ in het leven.

Als je eerst het zand in de vaas had gegooid, zou er voor de kiezels en de golfballen geen ruimte meer zijn. En dat geldt ook voor het leven. Als je al jouw tijd en energie besteedt aan futiliteiten, zul je nooit de ruimte hebben voor de dingen die echt belangrijk zijn. Besteed dus vooral aandacht aan de dingen die essentieel zijn voor jouw geluk. Stel duidelijke prioriteiten en bewaar de futiliteiten voor als je je dreigt te gaan vervelen. 

Toen vroeg één van de studenten waar de koffie voor stond. De professor reageerde verheugd. “Ik ben blij dat je dat vraagt, want hiermee wordt aangetoond dat je ondanks een overvol leven nog altijd genoeg ruimte over hebt voor een kopje koffie met iemand die het nodig heeft”.

Insecten: ons nieuwe voedsel

Gezondheid

Het roer moet om (1)

Zorgzaam en betrokken

We leven in een tijd waarin begrippen als zorgzaam (bijdragen aan het goed voelen van de ander) en betrokken (je verbonden voelen met de ander) in relaties ver te zoeken zijn. In de vaart van het toenemende individualisme en egoïsme (ik, en nog eens ik) zijn deze begrippen uit beeld verdwenen, of op zijn minst in een verkeerde context geplaatst. De vraag ‘wat je gaat doen’ is momenteel belangrijker dan de vraag ‘hoe het met je gaat’. En de communicatie via Apps en beelden is vooral bedoeld (en geschikt) om het leven spannender te doen lijken dan het is.

Bijna niemand lijkt nog te willen weten hoe het echt met iemand gesteld is.

Bemoeienis of belangstelling?

Als je een persoonlijke vraag aan iemand stelt, dan waag je je al gauw op glad ijs. Want met enige pech wordt dat gezien als bemoeienis. En als je een soort ‘advies’ geeft vanuit eigen kennis of ervaring, dan wordt daar vaak hetzelfde etiket op geplakt. Maar er is een groot verschil tussen het ‘actief mengen in zaken’ (bemoeien) en belangstelling of aandacht hebben voor iemands ‘welbevinden’ (zorgzaam en betrokken zijn).

Het probleem is alleen dat woorden vaak veel te letterlijk worden genomen en getoetst aan het eigen beeld bij dat woord. Dat is de reden waarom steeds meer mensen ‘zich aangevallen voelen’ door iets wat de ander zegt. In plaats van dat mensen doorvragen naar een uitleg van het gezegde, vullen ze het gewoon in met hun eigen lading. Zo kan de geïnteresseerde vraag ‘wat ben je aan het doen’ zomaar worden opgevat als controle, en de vraag ‘gaat het wel goed met je’ als een verwijt. Menigmaal volgt dan de argwanende tegenvraag ‘hoe bedoel je?’.

Gevangen in eigen denkpatroon

De mens zit inmiddels te vast in zijn eigen patroon van opvattingen en handelingen. Belangstelling, betrokkenheid en zorgzaamheid lijken –als ze al aan de dag worden gelegd- eerder een onaangename dan een plezierige verrassing. En in veel gevallen maken ze deel uit van een soort ruilsysteem van verplichtingen in de trant van “voor wat hoort wat”, “voor niets gaat de zon op” of “met gelijke munt betalen”.

Een vraag om hulp wordt vaak ingehouden door het gevreesde oordeel dat je niet zelfredzaam zou zijn, en als je spontaan aanbiedt om te helpen raken veel mensen in verwarring. “Ik kan dat heus zelf wel”, “jij doet dingen niet op mijn manier”, “Ik wil je niet in mijn huis” en andere onuitgesproken gedachten maken dat er nooit gebruikt wordt van het aanbod.

Het puur GEVEN is ook in psychologische zin bijna onmogelijk geworden omdat zorgzaamheid en betrokkenheid eenvoudig vertaald kunnen worden naar bemoeienis en een inbreuk op iemands (zogenaamde) privacy.

Aandacht compleet versnipperd

Zorgzaamheid en betrokkenheid vragen om echte aandacht, een geconcentreerd aanwezig zijn in de sfeer van de ander. Op de eerste plaats moet de ander dat natuurlijk wel toelaten. Als iemand zich niet openstelt voor de aandacht van de ander, krijgt geen enkele relatie een inhoudelijke kans (en kant). Ten tweede vraagt het de nodige tijd. In een vluchtig bezoek van een vijftien minuten kom je per definitie niet verder dan een oppervlakkig contact. Bovendien legt iedereen altijd en overal de mobiele telefoon naast zich neer om op elke ‘pingel’ te kunnen reageren. Geen enkel ander gebaar is dodelijker voor persoonlijke aandacht dan dit!

Als we onze samenleving ten goede willen veranderen, is de verslaving aan het mobiel dan ook wel eerste wat moet verdwijnen. Dat roer moet definitief om. Want een sociaal menselijk samenzijn (ook op de werkvloer) en gezelligheid zijn volstrekt onmogelijk bij een concentratie van –bij benadering- vijf minuten.

NB:
Het begrip zorgzaamheid heeft in principe niets te maken met het ‘doen’ van dingen voor een ander. Want als je dingen voor een ander doet om zelf leuk gevonden te worden of jezelf goed te voelen (om welke reden dan ook), dan is er van zorgzaamheid geen sprake. Het gaat meer om de zuivere intentie en een bewuste aansluiting van datgene wat je doet op de wezenlijke behoefte van de ander.

Het roer moet om (2)

Gezondheid

Maak van jouw verwachting niet mijn verplichting (2)

Cadeaus: geen geschenk maar een belasting

Bij veel gelegenheden worden er cadeaus gegeven. Per definitie is dat een geschenk, een aardigheidje dat je zomaar krijgt. In principe kun je dat dus altijd geven, maar het wordt nog zelden ‘spontaan’ ingezet en doorgaans beperkt tot de min of meer ‘verplichte’ momenten.

Hoe jammer is dat. Want op de momenten waar je meent niet met lege handen te kunnen aankomen, wordt dit aardigheidje meteen betekenisloos. Voor zowel de gever als de ontvanger is het eerder een last dan een lust. Niemand zit te wachten op 10 verschillende flessen wijn, en ook 10 verschillende bossen bloemen zijn gewoon teveel. En waar moet je het ‘kleinigheidje’ laten als je het absoluut niet leuk vindt? De kringloop of de prullenbak!

Verdiep je in de ander

Waar het bij cadeaus om gaat is vooral de verrassing. En om iemand te kunnen verrassen, moet je de persoon redelijk goed kennen en weten waar hij of zij om geeft.
Veel mensen leggen een ‘cadeaulade’ aan met ‘dingetjes’ die ze ergens, in een aanbieding of op de rommelmarkt, kopen. Dat kan goed gaan als je bij elk cadeau een bepaald iemand in gedachten hebt. Maar vaak wordt er van alles gekocht en in die lade gestopt, om daar in te graaien als er ergens een feestje is.

Een onpersoonlijk cadeau is geen aardigheidje. Als een geschenk niet getuigt van een zorgvuldige keuze, geef dan niets. Het beste is om iets te geven wat een acute nood ledigt (als je daarvan op de hoogte bent) of de relatie versterkt (uitnodiging om samen iets te doen op jouw kosten). En ook de bijdrage aan een hobby of verzameling is een prima idee.

Moet je daarmee wachten tot een ‘geijkt’ moment? Welnee. Het effect van een geschenk is vele malen groter als je het gewoon geeft als blijk van aandacht of dankbaarheid (tussendoor zogezegd).

Envelop met geld

Het meest onzinnige cadeau is wel de envelop met geld, een eigenlijk al vast bepaald bedrag per gelegenheid. Vroeger had dat nog enig nut bij een bruiloft omdat het stel ‘de uitzet’ al bij elkaar had gespaard en er voor het feest meestal niets overbleef. Daardoor werd het mogelijk om toch samen feest te vieren.

Dat er -zo’n dertig jaar geleden- de regel al gold ‘hoe meer volk, hoe meer winst’ is natuurlijk iets wat veel plezier bedorven heeft. Op het platteland werden niet alleen de ganse familie en vriendenclub maar ook alle leden van de verenigingen en buurtschappen uitgenodigd bij een trouwerij. En dan werd je ook ‘verwacht’! Dat heeft ervoor gezorgd dat menigeen zich het bijwonen van al die feesten eigenlijk niet meer kon veroorloven, en dat het feest zelf behoorlijk uit zijn krachten is gegroeid met een groot verlies aan intimiteit en gezelligheid.

In deze tijd is de envelop met geld de stille getuige van een armoedige relatie, waarbij de gever zich niet welkom voelt zonder een bijdrage te leveren aan zijn consumpties. Dat is op zijn zachtst gezegd triest.
En geld aan (klein)kinderen geven om de spaarpot te helpen vullen? Dat kan, maar dan is mijn advies om wat creatiever te zijn. Persoonlijk zou ik een programma voor ze maken onder de noemer ‘heitje voor een karweitje’, waarbij het kind jou met iets helpt (samenwerkt) en daarvoor een verdienste krijgt. Dan heb je een win-win situatie in alle opzichten.

Amerikaanse fuif

Een beetje feest is natuurlijk niet goedkoop. Als je dat eigenlijk niet kunt betalen, vraag dan een aantal anderen om samen een feest te houden. Iedereen wat geld in de pot, en gaan met die banaan.
Vroeger was er de “Amerikaanse Fuif” als je gezellig bij elkaar wilde komen en geen geld had voor de hele catering. Iedereen nam dan wat eten (zelf gemaakt) of drank mee, zodat er van alles te nuttigen was.

Dit principe heeft absoluut mijn voorkeur. Samen feesten, samen delen. En natuurlijk ook samenwerken om alles tot stand te brengen. Want er zijn veel mensen die maar al te graag aanschuiven met hun handen in de zakken en nooit een inspanning leveren.

Schep je nieuwe verwachtingen of verplichtingen met dit laatste? Mijn inziens niet. Ieder mens moet zich namelijk realiseren dat je niet alleen of altijd kunt meeliften op andermans gastvrijheid en gezelligheid. Elke relatie vraagt om wederkerigheid, een inspanning van beide zijden om de relatie levend te houden. Dat hoef je niet op een weegschaal te leggen, en ook niet in geld te waarderen. Dat is meer een kwestie van gevoel, en van het type relatie. Daarom is het slim om elke relatie van tijd tot tijd onder de loep te nemen en te kijken in hoeverre die is doodgebloed en nog thuishoort in jouw kringetje.

Tip voor verdere verdieping: de relatiecirkels (veel over te vinden op het internet/in boeken).

Het roer moet om (1)

 

 

 

Gezondheid

Maak van jouw verwachting niet mijn verplichting (1)

In de afgelopen 40 jaar zijn er talloze dingen ons leven binnen geslopen die er beter weer uit verwijderd kunnen worden. Eén daarvan is de uitbundige viering van een lange reeks gewone momenten in het leven. Deze ‘feesten’ worden min of meer verwacht, met alle toeters, bellen en cadeaus van dien. Op zich is dat niet vreemd in een wereld die geld, hebzucht en status als grootste goed ziet. Want in zo’n wereld is de persoonlijke aandacht al lang ingeruild voor uiterlijk vertoon en kant-en-klare teksten (kleding, posters en kaarten).

De vorm en omvang kenmerken zich door overdadigheid, maar de inhoud moet het doen met leegte en onpersoonlijkheid. Hoogste tijd dus om eens stil te staan bij de sociale ‘normen’ die we –bijna ongemerkt- hebben aangenomen, en de werkelijke inhoud van dingen onder de loep te nemen.

Geboorte: abnormaal

Het feest begint al met de babyshower als iemand zwanger is, vol spelletjes en cadeautjes. Daarbij is het alsof de zwangerschap een abnormale en buitengewone prestatie is waar (vooral) de moeder voor in het zonnetje moet worden gezet.

De daarop volgende geboorte wordt groot en breed ‘uitgekraamd’ in de voortuin, terwijl de kraamvisite, die van oorsprong bedoeld is om de baby letterlijk te laten ‘ruiken’ aan alle vrouwen en te introduceren in de roedel (en dus eigenlijk het belangrijkste is) inmiddels wordt gezien als een noodzakelijk kwaad. Het kind wordt vaak op afstand gehouden van de bezoekers uit angst voor een bacterie en ziekte, en de gesprekken concentreren zich op de ‘figuur van de moeder’ en de (vaak overbodige) cadeautjes die worden meegenomen. Een uitgebreide etalage van het aantal ontvangen kaarten moet de uitdrukking zijn van de populariteit van de ouders, en elke dag opnieuw worden nieuwe foto’s van het gelukkige gezin genomen en met de massa gedeeld.

Voor de buitenwereld is het betreffende ‘prinsje’ of ‘prinsesje’ gevierd, maar in huis ligt de planning al klaar voor de uitbesteding.

Kinderfeestjes: prestatie van de ouders?

Elke verjaardag van een kind moet uitbundig gevierd worden. Eén cadeautje is al lang niet meer genoeg, en iedereen probeert elkaar te overtroeven in zowel de cadeaus als het bijbehorende feestje. Gewoon buiten thuis spelen is er niet meer bij, en alles wordt uit de kast getrokken om te ‘scoren’ op alle fronten.

Ook hierbij lijkt het uiterlijk vertoon (van de ouders) belangrijker dan het geluk(sgevoel) van het kind.

Schoolprestaties en diploma’s: niets bijzonders

Ook een schoolprestatie of behaald diploma lijkt een abnormale prestatie te zijn geworden die groot moet worden uitgelicht. Daar hoort vanzelfsprekend een ruime beloning bij, in geld of goederen. Het besef van (meestal) de jongere dat scholing en opleiding op zich al een groot cadeau zijn, is daarbij al lang uit beeld verdwenen.

Ook hier is het vaak meer de behoefte van de ouders om te laten zien wat hun kind presteert dan die van het kind zelf.

Verjaardagen: gewoon

De reden die het meest wordt aangevoerd als iemand ergens niet bij kan zijn, is het ‘hebben van een verjaardag’. Meestal wordt dat ook nog verwoord als “ik moet naar een verjaardag”. Maar waarom moeten wij naar een verjaardag? Wat heeft een ander te maken met de dag waarop iemand –gewoon- een leeftijdsgrens passeert? En vanwaar die cadeaus?

En waarom moet intussen ook elk lustrum of decennium in leeftijd aan de buitenwereld kenbaar worden gemaakt. Was het vroeger alleen het vijftigste jaar waarop “Sara en Abraham” tevoorschijn werden gehaald (omdat iemand dan een zekere wijsheid werd toegedicht), nu is het om de haverklap raak. Grote spandoeken met zogenaamde grappen en grollen vragen de aandacht van buurt en voorbijgangers, en de meest grote en wanstaltige opblaaspoppen worden daarvoor ingehuurd.

Persoonlijk kan ik géén andere reden voor dit feest ontdekken dan dat het de commercie dient.

Met pensioen: beter opletten

Vreemd genoeg krijgt deze belangrijke mijlpaal niet meer zo veel aandacht. Dat terwijl de aankondiging van dit moment nog enigszins een functie heeft (net als de kraamvisite), namelijk het laten weten dat iemand nu vrij is van werken. Daarmee is het niet alleen een belangrijk signaal aan de nabije omgeving dat de persoon in kwestie nu tijd heeft voor vrijwilligerswerk, maar ook een stille roep om aandacht en een blijvende betrokkenheid bij de samenleving.

Als er bewuster zou worden omgegaan met dat laatste aspect, dan zou de eenzaamheid onder ouderen een heel stuk minder zijn.

De dood: onhandig

Met name de dood is het moment geworden voor een uitbundige demonstratie van het ‘lijden’ en de pech in het leven. Daar komt de massa graag op af om zijn medeleven te betuigen terwijl het gros de persoon (of de familie) nauwelijks kende en er vaak helemaal geen contact mee had.
Het lijkt belangrijk om ‘van de partij’ te zijn, terwijl het medeleven niet verder gaat dan een vormelijke aanwezigheid zonder enig gevoel van verbinding. Urenlang wachten in de rij voor het handenschudden van maximaal vijf seconden staat symbool voor een ‘waardig’ afscheid, maar er wordt niets gedaan om de opvang van de nabestaande(n) te waarborgen.

De dood blijkt voor de meeste mensen nog steeds niet te bevatten, en de manier waarop velen ermee omgaan is op zijn minst onhandig.

Meer maatwerk gewenst, zonder cadeau

Zo zijn alle belangrijke momenten in het leven teruggebracht tot een uiterlijk vertoon, waarbij voorbij gegaan wordt aan de echte betekenis van dat waar ze voor staan: mijlpalen met een sociale relevantie voor diegene(n) die het aangaan. Momenten die vragen om een herijking van verantwoordelijkheden van iedereen die bij een persoon of familie is betrokken, en niet alleen bedoeld zijn om ‘je neus even te laten zien’, gewoon ‘van de partij te zijn’ of te scoren met een foto op de sociale media.

Het vieren van het bestaan is iets wat in feite elke dag opnieuw kan plaatsvinden door gewoon in contact te zijn met familie en vrienden. Van tijd tot tijd stil staan bij waar je staat en hoe je gaat, met op zijn tijd een feestje (spontaan, zonder vaste dag of reden).
In alle opzichten vraagt het leven om meer spontaniteit en meer maatwerk. Dat geldt ook voor de mijlpalen die iemand passeert.

En cadeaus in de vorm van geld of een ‘dingetje’? Laat die liever varen! Het krijgen van echte aandacht en zorg is vele malen meer waard dan iets waar je –doorgaans- niet op zit te wachten.
Breek met de trend van groter, mooier, beter en duurder. En breek met de gewoonte om ‘iets te doen’ omdat je denkt dat ‘men’ dat van je verwacht.

Om met de woorden van Guido Weijers te spreken: Maak van jouw verwachting niet mijn verplichting!
Houd je agenda zo leeg mogelijk voor spontane activiteiten of feestjes, vul hem niet met de verwachtingen van anderen en maak tijd voor dat wat echt goed voor je is.

Maak van jouw verwachting niet mijn verplichting (2)

 

 

Gezondheid

Oh, wat zijn we slim

Alles om ons heen moet slimmer worden, zodat wij zelf steeds dommer worden. Op de CES Technologiebeurs hebben ze nu een slimme toiletsensor geïntroduceerd om je eigen stofwisseling en menstruatie te meten. Naast de hart- en bloeddruk horloges, de slimme thermometers, de slaapmonitoren, de bloedsuikermeters, weegschalen en andere hulpmiddelen kunnen we het leven nu compleet in handen leggen van Big Tech. Lekker slim. Of oliedom?

Geen contact meer met eigen wezen

Het gevolg van deze onzin is dat mensen zelf geen seconde meer nadenken over hun lichamelijk functioneren. De (fake) Corona-crisis is er blijkbaar in geslaagd om het contact met het eigen lichaam en het gezonde verstand in de mens nog verder terug te brengen.
In plaats van alles zelf te leren beoordelen op de signalen die we krijgen, denken velen beter af te zijn door alles elke keer te (laten) meten. De enige woorden die daar bij horen zijn panisch en manisch. En als er iets ziekmakend is, dan is het dat.

Spekken van Big Tech en Big Pharma

Het is niet moeilijk om te bedenken dat niet alleen Big Tech maar ook Big Pharma achter deze ontwikkelingen zitten. Het enige doel is het maken van megawinsten over het ‘lijk’ van de mens. Want van een levend mens is nauwelijks nog sprake als we ons alleen nog met apparatuur  staande kunnen houden, en je onmiddellijk aan de pillen moet als het alarm afgaat. Dat de ingestelde waarden op elke slimme meter om de haverklap op afstand kunnen worden gemanipuleerd, daar staat zelden iemand bij stil. Maar met het digitale paspoort en de –currency (CBDC) komen we daar snel genoeg achter. En met de SMART-city in het vizier (o.a. Apeldoorn) komen we er dan ook meteen achter dat onze actieradius straks beperkt wordt tot een luttel aantal kilometers (in voorbereiding in Parijs).

Leer voelen, kijken en ruiken

Het gros van de mensen heeft de regie over het eigen leven al lang uit handen gegeven. Daar is geen enkele discussie meer over nodig. Maar laat iedereen die anders is, anderen leren voelen, kijken en ruiken om zelf een diagnose te kunnen stellen. Een arts doet dat niet eens meer (lang leve het e-consult dat op komst is) maar ieder weldenkend mens komt een heel eind met wat basis informatie uit de natuurgeneeskunde. Temperatuur, klamheid, kleur, geur en ‘vorm’ zijn uitstekend waar te nemen zonder apparaatje. En als je daar dan de eventuele pijn of veranderingen in het functioneren bij optelt, dan weet je gewoon of iets pluis of niet-pluis is.

Weet ook dat alle waarden in je lichaam elke dag van elkaar kunnen verschillen, afhankelijk van wat je eet, doet en zelfs denkt. En dat er geen enkel lichaam is, dat precies hetzelfde in elkaar steekt.

Weet je niet waar je moet beginnen met het vergaren van informatie? Verdiep je dan eens in de Germaanse Geneeskunde (op veel sites worden gratis e-boeken aangeboden). Dan pas ben je slim!

Maak van jouw verwachting niet mijn verplichting (1)

 

 

%d bloggers liken dit:

Powered by themekiller.com